Fuerteventura
Het op een na grootste eiland wat de oppervlakte betreft, maar wel het minst bevolkte
is Fuerteventura. Het inwoners aantal van ongeveer 41.000 wordt in aantal
overtroffen door geiten (die ook het symbool van het eiland zijn) welke hun
eten scharrelend proberen bij elkaar te zoeken. Het eiland verscheen voor het eerst op de landkaarten
omstreeks het jaar 1340 onder de naam Forte Ventura. Voor de 18e eeuw droeg
Fuerteventura de naam: "Graanschuur van de Canarische eilanden", maar door
vulkaan uitbarstingen en aanhoudende droogte in de 18e en 19e eeuw is deze
landbouw ingestort. Nu verzorgt het toerisme zoals op de meeste andere
eilanden voor de inkomsten. Het klimaat op Fuerteventura is minder gunstig
dan op de andere eilanden van deze archipel, en de oorzaak hiervan is de
zogenaamde Gota Fria (koele wind), de gemiddelde jaar temperatuur ligt rond
de 19 graden Celsius. De meeste toeristen komen dan ook naar Fuerteventura
vanwege de eindeloos lange stranden, en de goede omstandigheden om te surfen.
Rondleiding over het eiland
De rondleiding over Fuerteventura beginnen we in Puerto del
Rosario (vertaald: rozenkranshaven), wat als de hoofdstad van Fuerteventura
bekend staat. De stad is omstreeks het jaar 1800 gesticht als haven voor
export van graan en soda. Voor het jaar 1957 droeg de stad de naam Puerto de
Cabras (vertaald: geiten-haven) en dit alleen door de nabij gelegen
drenkplaats. Tegenwoordig is de haven voornamelijk voor goederen en
passagiers, en de veerboten van en naar Gran Canaria en Lanzarote. Het
andere wat erg opvalt aan Puerto del Rosario is de enorme kazerne van het
Spaanse vreemdelingenlegioen. Als we in deze stad zijn is een bezoek aan de Nuestra Senora del Rosario-kerk en aan het ertegenover gelegen Casa Museo de
Unamuno (voor liefhebbers van Spaanse literatuur) wel aan te bevelen. Zo'n
12 kilometer noordelijker ligt het dorpje Cassilas del Angel, met mooie
huisjes en de Santa Ana-kerk die een gevel heeft van zwart vulkanisch
natuursteen.
Verder noordelijk komen we in Parque Natural de las Dunas. Het 27
vierkante kilometer grote park bestaat uit een strook duinen langs de weg
van Puerto del Rosario naar Corralejo. Het park geeft ons het idee dat we in
de Sahara zijn. Het enige teken van leven wat hier te herkennen is zijn de
stenen muren die als windbrekers dienen. Aan het einde van dit park komen we
in de bekende plaats Corralejo. Deze oude vissersplaats heeft een haven
vanuit waar dagelijks veerdiensten naar Lanzarote en het eilandje Los Lobos
vertrekken en aankomen. De charme haalt het dorp uit de visrestaurantjes en
de vissersboten in de haven. Corralejo is in zeer korte tijd uitgegroeid tot
een van de belangrijkste vakantieoorden van Fuerteventura. Mooie uitzichten
richting Lanzarote en Los Lobos zijn hier te bewonderen, en de goede
condities voor surfen en windsurfen die hier te vinden zijn moeten natuurlijk niet vergeten worden.
Vanuit Corralejo gaan we verder naar het zuiden waar we in een van de
mooiste dorpjes van het eiland aankomen namelijk La Oliva. In de 18e eeuw
was dit dorp het militaire hoofdkwartier van Fuerteventura. We vinden hier dan
ook Casa de los Coroneles (huis van de kolonels). Men zegt dat het huis voor
elke dag van het jaar een venster heeft, maar dit klopt dus niet.
Een bezoekje waard is ook het Centro de Arte Canario waar we werk van
plaatselijke kunstenaars kunnen vinden, en een tentoonstelling over
graanproductie kunnen we nog bezichtigen in Museo del Grano. Vanuit La Oliva
gaan we westelijk richting El Cotillo, een oud vissersdorpje, wat
waarschijnlijk in de Guanchen-tijd een de vestigingsplaats was van de
stamhoofden van Maxorata, zo werd het noordelijke Guanchenrijk van
Fuerteventura genoemd.
Onze rondleiding gaat vanuit El Cotillo eerst weer terug naar La Oliva en
vanuit dit dorpje verder zuidelijk naar Tefia waar een interessant
openluchtmuseum te vinden is. Door naar het zuiden komen we in Betancuria de
vroegere hoofdstad van Fuerteventura. Het plaatsje wat gelegen is in een
vulkaankrater en Parque Natural de Betancuria heeft twee musea namelijk
Museo Arqeologico met een collectie over de Guanchen en nog andere antieke
voorwerpen, en Museo de Arte Sacro waar we een collectie gewijde kunst
kunnen bewonderen. Als
we de weg vervolgen komen we in Pajara wat een van de oudste nederzettingen
van Fuerteventura is. Een klein weggetje brengt ons noordwestelijk naar het
rustige vissersdorpje Ajuy. In het visseizoen van Mei tot en met Oktober
serveren de eenvoudige visrestaurantjes bij het strand de visvangst van de
dag. Er zijn hier verder grotten te bezichtigen en voor duikers is de
onderwaterwereld hier een paradijs. Nu gaan we een flink stuk zuidelijker en komen we bij de plaats La Pared.
Deze plaats is uitgegroeid tot een matig toeristenoord. In La Pared vinden
we
uitgestrekte duinenrijen die de grens met het schiereiland Jandia
benadrukken. Het plaatsje ligt ook precies tussen twee stranden die uit
verschillende kleuren zand bestaan. Het ene uit goedgeel zand en het andere
uit zwart vulkaanzand.
We reizen verder zuidelijker om daar in Costa Calma uit te komen.
Dit modern dorp bestaat pas sinds deze eeuw. Interessante architectuur en
een zeewaterzuiverings-installatie is hier te vinden. Verder is Zoo Parque
de los Camellos ook een bezoek waard, hier vinden we vele exotische
vogelsoorten en zoogdieren. Verder reizen we naar Morro Jable in de uiterste
zuidpunt van Fuerteventura. Dit oude en vroeger rustige vissersdorpje is
inmiddels de grootste stad van het eiland. Vele hotels en andere op
toeristen gerichte bedrijfjes komen we hier tegen. Een jachthaven en een
gewone haven met veerdiensten naar Gran Canaria maken Morro Jable een echte
toeristenstad. Als we de slechte weg verder nog vervolgen komen we zo
gezegd aan het einde van het eiland in Cofete. Onderweg lijkt het dat
Fuerteventura onbewoond is. Net voorbij het dorp ligt de zeer indrukwekkende
villa van Gustav Winter, het landgoed met daarop Villa Winter heeft hij gekregen van Generaal franco.
Over Villa
Winter doen nog steeds vele geruchten de ronde.
Een aantal plaatsen slaan we over, als we weer de gehele weg terug gaan
naar het noorden om het schiereiland Jandia te verlaten en verder te gaan
met onze rondleiding. De weg die we vervolgen is FV-2 richting Puerto del
Rosario, maar we slaan af richting Gran Tarajal. Deze plaats heeft weinig
meegekregen van het toerisme. Het is wel een belangrijk handelsoord. Hier
is een veilig strand om te zwemmen. Als we onze weg vervolgen via de
FV-2 richting Puerto de Rosario dan kommen we al snel langs Malpais Chico en
Malpais Grande, dit onherbergzame gebied is erg ontoegankelijk door het
ontbreken van wegen. Wel zijn er een aantal wandelroutes die U door het
kale gebied heen leiden.
En tot slot reizen we verder naar Caleta de Fustes. Als een van de
grootste toeristenplaatsen van Fuerteventura is Caleta de Fustes een goed
verblijf voor gezinnen met kinderen vanwege het veilige strand. In het
centrum lig een groot winkelcentrum wat gebouwd is als een klein dorp,
verder zijn er veel mogelijkheden wat watersport betreft.
Marcel's mening over Fuerteventura
De laatste plaats
naar mijn mening van de zeven eilanden. Waarom? Nou, het eiland is nog
niet zo lang geleden in de stroomversnelling gekomen wat het toerisme
betreft. Veel bouwplaatsen en veel vuil op het eiland. Geen huurauto te
krijgen toen ik er was in Oktober 2004, gewoon uitverkocht, en geen begroeiing te bekennen,
een tegevaller voor mij dan op dat moment.
Fuerteventura heeft ook geprobeerd de
status "Reserva de Biosphera" te krijgen van Unesco, maar dit heeft Unesco
afgewezen. Zo ver als ik weet zijn maar enkele delen van het eiland
uitgeroepen tot natuurreservaat, zoals bijvoorbeeld de duinen bij Corralejo.
Maar als het om de stranden gaat is het een heel ander verhaal, dan zal
het eiland zeker de eerste of tweede plaats behalen. Lange witte
zandstranden met schoon en heerlijk water. De stranden zijn tot over 20
kilometer lang aan een stuk. Vooral playa Cofete is een strand wat niet
overtroffen wordt door welk ander Canarisch strand dan ook.
Oktober 2008 ben ik er weer een dag
geweest op de terugreis van Lanzarote naar huis. Auto stond klaar bij de
haven in Corralejo. Ik ben die dag van het noorden door het binnanland
helemaal naar het zuiden gereden, namelijk van Corralejo via Ajuy naar
Cofete. Het binnenland was mooier als langs de kust, maar dan nog is er
weinig te beleven, het eiland is erg dun bevolkt en veel concentreerd zich
langs de oostkust van het eiland. Het gene was mij bij dit bezoek erg opviel
was dat de mensen veel vriendelijke waren dan op Lanzarote.